Waarom het huidige textielbeleid faalt in het verduurzamen van de textielketen (Deep dive)
De Europese Unie en Nederland beloven een einde te maken aan ultra fast fashion en te zorgen voor textiel dat duurzaam, repareerbaar en vrij van schadelijke stoffen is. Textiel is een van de meest vervuilende industrieën ter wereld door het intensieve gebruik van grote hoeveelheden katoen en andere grondstoffen, en de vervuilende uitstoot. Textiel is in de EU de op twee na grootste verbruiker van water en land, en genereert genoeg afval om alle woningen in Lelystad te vullen met textiel. Tegelijkertijd is de productie van textiel tussen 2000 en 2019 bijna verdrievoudigd, en deze groei zal naar verwachting alleen maar toenemen in de aanloop naar 2030. De belofte van een duurzame textielketen is dus hard nodig, maar in hoeverre weet het huidige beleid deze ambities waar te maken? In dit overzichtsartikel zoeken we het uit.

De grote milieudruk maakt dat er nood is aan beleidsinterventies op Europees en nationaal niveau. Vergeleken bij andere productstromen, zoals elektrische apparaten en verpakkingen, is textiel één van de laatste grote productgroepen waar aanvullende milieumaatregelen voor moeten worden geïntroduceerd.
Het Europese textielbeleid is daarom volop in beweging en moet de sector richting een circulaire economie te sturen. Met nieuwe strategieën, richtlijnen en verordeningen wil de Europese Unie in 2030 een wereldleider zijn op het gebied van de circulaire economie en textiel is daarbij een van de prioritaire sectoren. Ook Nederland probeert op het gebied van textiel een koploperspositie te bemachtigen en wil in 2050 een volledig circulaire economie realiseren.
Tegelijkertijd blijft daadwerkelijke systeemverandering beperkt. Het huidige beleid schiet tekort in ambitie en handhaving, waardoor de textielindustrie haar winstgevende, maar vervuilende verdienmodel in stand weet te houden en verantwoordelijkheid afschuift. Daarom duiken we in dit artikel in de recente ontwikkelingen van Europees en Nederlands textielbeleid. We laten zien hoe het textielbeleid zich heeft ontwikkeld en staan stil bij de grootste knelpunten: van ambitieuze beloftes en weerstand vanuit de markt, naar voorzichtige stappen vooruit.
Europees textielbeleid
In de afgelopen decennia heeft de Europese Unie een aantal belangrijke beleidsdossiers geïntroduceerd die richtinggevend zijn voor de verduurzaming van verschillende productieketens, waaronder de textielsector. Drie beleidskaders vormen daarbij de strategische en juridische basis waarbinnen textielbeleid wordt ontwikkeld:
European Green Deal (EGD)
EU Climate Law (Verordening 2021/1119)
Circular Economy Action Plan (CEAP)
Textiel is aangewezen als een van de prioritaire sectoren in het Circular Economy Action Plan. Daarom werkt de Europese Unie de ambities van de EGD en het CEAP voor textiel verder uit in een aantal belangrijke dossiers en instrumenten, waaronder:
De EU Strategy for Sustainable and Circular Textiles
De Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR)
De Circular Economy Act (CEA)
Hieronder gaan we verder in op deze (lopende) dossiers en hun rol binnen de verduurzaming van de textielsector.

Circular Economy Action Plan
Type: Actieplan
Status: Gepresenteerd
In maart 2020 is het Circular Economy Action Plan (CEAP) gepresenteerd. Dit beleidskader is gericht op het opschalen van de circulaire economie om de doelen van de EGD te behalen. Textiel wordt in het CEAP aangeduid als een van de vijf prioritaire industrieën.
Het beleidskader focust zich op de volgende drie onderdelen:
Duurzaam ontwerpen van producten: De EU wil nieuwe wetgeving introduceren en het Ecodesign Directive (later vervangen door ESPR – zie hieronder) uitbreiden naar meerdere productgroepen in plaats van uitsluitend energiegerelateerde producten. Daarbij ligt de focus als eerst op prioritaire sectoren, waaronder textiel.
Een grotere rol geven aan consumenten en overheden: De EU wil consumenten beschermen tegen greenwashing door zorg te dragen voor betere en eerlijke informatie en het recht op reparatie te waarborgen. Daarnaast worden overheden verplicht om duurzamer in te kopen, zodat dit de nieuwe norm wordt.
Circulariteit in producten: De laatste pijler van het CEAP is om de industrie circulairder te maken door hergebruik van grondstoffen te stimuleren via onderzoek en digitale technologie, en door groene technologie en samenwerking tussen bedrijven aan te moedigen.
EU Strategy for Sustainable and Circular Textiles
Type: Strategie
Status: Gepresenteerd
In maart 2022 publiceerde de Europese Unie de EU Strategy for Sustainable and Circular Textiles om de toezeggingen uit de European Green Deal en het Circular Economy Action Plan (CEAP) specifiek voor textiel verder uit te werken. De strategie stelt het doel om alle textielproducten op de EU-markt duurzamer, repareerbaar en recyclebaar te maken en producenten meer verantwoordelijkheid te laten nemen in de keten. Daarnaast moet fast fashion uitgefaseerd worden.
Onder deze strategie vallen meerdere richtlijnen, verordeningen en initiatieven die de Europese Unie inmiddels heeft aangenomen of de komende jaren verder zal uitwerken, waaronder:
Empowering Consumers for the Green Transition
Deze richtlijn is op 30 maart 2022 voorgesteld om consumenten beter te informeren over duurzaamheidskenmerken van producten, en in werking getreden op 27 maart 2024. Algemene milieuclaims zoals ‘milieuvriendelijk’ mogen niet meer worden gebruikt, tenzij een product een goedgekeurd keurmerk draagt (zoals het EU Ecolabel). Daarnaast worden er strengere eisen gesteld aan beweringen over CO₂-compensatie en moeten verkopers consumenten beter informeren over de reparatiemogelijkheden en de periode waarin deze beschikbaar zijn.
Green Claims Directive (voorstel)
Deze richtlijn, voorgesteld op 22 maart 2023, moest milieuclaims vervolgens betrouwbaar, verifieerbaar en vergelijkbaar maken, ter aanvulling op de Empowering Consumers for the Green Transition richtlijn om greenwashing tegen te gaan. Echter, op 20 juni 2025 kondigde de Europese Commissie aan zich terug te trekken van deze richtlijn, één werkdag voordat de laatste ronde van trialoogonderhandelingen zou plaatsvinden. Volgens de Commissie zou de richtlijn tot hoge administratieve lasten leiden voor kleine en microbedrijven. Deze intrekking vond plaats kort nadat de Commissie brieven had ontvangen van (centrum)rechtse partijen die aangaven het voorstel niet te ondersteunen, wat erop wijst dat politieke druk een rol heeft gespeeld. Het intrekken van een richtlijn is daarnaast een zeldzaam proces, wat een zorgwekkend precedent schept.
Herziening Waste Framework Directive
De herziening van de Waste Framework Directive, voorgesteld in 2023 en in werking vanaf 2025, stelt vast dat uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor textiel in alle EU-lidstaten moet worden ingevoerd. Dit instrument moet producenten verantwoordelijk maken voor de gehele levensduur van producten, inclusief de inzameling en verwerking van afval. UPV werd in Nederland al eerder verplicht voor consumentenkleding, bedrijfskleding en huishoudlinnen dan deze herziening. UPV zal uitgebreider worden behandeld onder het Nederlands beleid.
Product Environment Footprint Category Rules
Dit initiatief bevat nieuwe regels om de milieu-impact van producten op een universele manier vast te meten. De PEF-methode berekent deze impact op basis van de levenscyclus. De textielstrategie duidt het gebruik van de deze methode aan als een manier om groene claims te meten. De data die hiervoor wordt gebruikt, verzameld door de Europese Commissie, bevat echter vaak onnauwkeurige of verouderde secundaire gegevens waardoor fast-fashion bedrijven beter uit de berekening komen dan in de realiteit het geval is. Bedrijven kunnen wel primaire data aanleveren, maar dit kost tijd en geld, waardoor er weinig prikkel is om dit te doen. Dit creëert een schijnnauwkeurigheid en laat veel ruimte voor producenten om verantwoording te ontlopen.
Daarnaast kunnen bedrijven betalen om stemrecht te krijgen in het besluitvormingsproces, waardoor de belangen van de beslissingen in twijfel kunnen worden gebracht. Dit is een zorgwekkend voorbeeld van de lobby-invloed van de industrie, waardoor beleidsinstrumenten minder ambitieus en effectief uitvallen.
Hoewel het gebruik van de PEFCR namelijk momenteel nog vrijwillig is, wordt de PEF-methode namelijk regelmatig door beleidsmakers aangehaald.
Ecodesign for Sustainable Products Regulation
Type: Verordening (EU) 2024/1781
Status: In werking
De Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) moet de Ecodesign-richtlijn vervangen en valt onder zowel het Circular Economy Action Plan (CEAP) als de EU-textielstrategie. Het stelt minimum ontwerpeisen (oftewel ‘ecodesign eisen’) voor specifieke productgroepen om de levensduur en circulariteit van het product te verbeteren. Textiel is de eerste productgroep waarvoor deze eisen verder worden uitgewerkt.
Er zijn een aantal nieuwe maatregelen die onder de ESPR vallen, waaronder:
Digital Product Passport (DDP) (toekomstig): Er gaat een digitale identiteitskaart worden geïntroduceerd om informatie over producten en materialen beschikbaar te stellen. Deze informatie kan gaan over de gebruikte materialen en hun oorsprong, recyclingmogelijkheden en milieueffecten gedurende de levenscyclus. Het doel is om duurzaamheid en circulariteit te versterken door producenten transparant en controleerbaar verantwoordelijk te houden voor naleving van de wetgeving.
Verbod op vernietiging van onverkochte producten: Gemiddeld wordt ongeveer 4-9% van alle textielproducten vernietigd voordat het überhaupt op de markt wordt geïntroduceerd. Daarom worden er regels ingevoerd die bepalen dat onverkochte textiel en schoenen niet langer zomaar mogen worden vernietigd. Dit verbod zal ingaan voor grote bedrijven vanaf 19 juli 2026. Voor middelgrote bedrijven zal dit van toepassing zijn in 2030.
Er is binnen de ESPR echter beperkte aandacht voor de complexiteit van de textielsector. De ESPR schrijft een ‘one-size-fits-all’ benadering voor terwijl er aanzienlijke verschillen bestaan in kwaliteit en toepassing van verschillende materialen en textielproducten. Hierdoor bestaat het risico dat regelgeving onvoldoende aansluit bij de specifieke kenmerken van verschillende productcategorieën.
Daarnaast zijn er zorgen over transparantie en traceerbaarheid in de keten. Het verzamelen van betrouwbare data aan de productiezijde is moeilijk, en samen met een gebrek aan handhaving buiten de EU, maakt dit het lastig om te voldoen aan de eisen van de ESPR. Met name voor MKB bedrijven, die een groot deel van de sector vormen. Tegelijkertijd biedt deze complexiteit ruimte aan bedrijven met meer middelen om mogelijkheden te benutten en verantwoordelijkheden binnen de keten te verschuiven, zoals ook besproken onder het PEFCR initiatief. Het is daarom van belang dat de ESPR verdere verduidelijking biedt en dat de naleving van de ESPR effectief wordt gehandhaafd.
Circular Economy Act
Type: Onbekend
Status: Voorstel
Een toekomstig beleidsinstrument, namelijk de Circular Economy Act (CEA), dat valt onder de EU’s Clean Industrial Deal, moet ervoor zorgen dat de interne markt voor secundaire grondstoffen en materialen wordt verbeterd en versterkt, en dat de vraag hiernaar wordt gestimuleerd. Dit zal gebeuren via een mix van verschillende interventies, zoals verdere vereenvoudiging, digitalisering en uitbreiding van UPV-regelingen.
Dit is ook noodzakelijk, aangezien wij eerder schreven dat de CEA een langetermijn kader moet creëren waarin UPV-regelingen juridisch bindend en meer geharmoniseerd worden. Daarnaast is het ook binnen de CEA belangrijk om te erkennen dat de kwaliteit van secundaire materialen sterk kan verschillen. Voor textiel bestaat bijvoorbeeld al technologie om secundaire materialen te produceren die primaire materialen kunnen evenaren.
De CEA stond van augustus tot en met november 2026 open voor publieke consultatie, met als doel om in 2026 te worden aangenomen. Lees hier Fair Resource Foundation’s reactie op deze consultatie. De potentie van de Circular Economy Act is groot, ook voor de textielsector, maar het is wel nodig dat feedback van een brede groep aan stakeholders serieus wordt meegenomen en dat ambitieuze en geharmoniseerde maatregelen worden vastgesteld.
Nederlands textielbeleid
Nederland is een relatief grote speler op de EU-textielmarkt en behoort tot de vijf grootste textielexporteurs. Daarom werkt Nederland aan aanvullend textielbeleid. Net als op het EU-niveau bepalen een aantal overkoepelende beleidsprogramma’s en wetten het Nederlandse textielbeleid:
Het Klimaatakkoord, de Klimaatwet en het Klimaatplan
Het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE)
Binnen het NPCE wijst de overheid textiel wederom aan als een van de prioritaire sectoren. Daarom is het beleidsprogramma Circulair Textiel geïntroduceerd om deze transitie verder vorm te geven in Nederland. De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor textiel is het belangrijkste beleidsinstrument. Hieronder gaan we in op elk van deze dossiers.
De grenzen van huidig textielbeleid
Hoewel de beschreven beleidskaders en wetten niet de enige initiatieven zijn, laat het bovenstaande overzicht wel zien dat een groot aantal beleidsdossiers zullen bepalen hoe de toekomst van de textielsector eruit zal zien. Tegelijkertijd illustreren de processen dat structurele problemen in de sector, zoals een gebrek aan ambitieniveau en handhaving, de potentie van (toekomstig) beleid kunnen ondermijnen.
Voor daadwerkelijke systeemverandering is het cruciaal dat textielbeleid een hoog ambitieniveau heeft, maar in de praktijk zwakken beleidsmakers onder druk van de industrie ambities vaak af. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het UPV-beleid, waar producentenorganisaties (PRO’s) hun invloed kunnen gebruiken om het beleid te beïnvloeden terwijl andere stakeholders weinig inspraak krijgen. Ook de ontwikkeling van initiatieven zoals de Product Environmental Footprint Category Rules (PEFCR) voor kleding en schoenen, eerder in dit artikel besproken onder de EU-strategie voor textiel, is zorgwekkend. Onderzoek toonde namelijk aan dat producenten middels een financiële bijdrage stemrecht in het besluitvormingsproces konden bemachtigen, waardoor participatie enkel beschikbaar is voor partijen met de grootste portemonnee. Het terugtrekken van de Green Claims-richtlijn(zie ook EU-strategie textiel), op een laat moment in het beleidsproces, is nog een voorbeeld van het zorgwekkend precedent dat beleidsmakers scheppen voor de invloed van politieke en industrie-lobby in toekomstige beleidsprocessen.
Daarnaast blijft handhaving binnen de complexe en mondiale textielketen lastig door beperkte transparantie en traceerbaarheid, wat de effectiviteit van instrumenten zoals de PEFCR of de Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) ondermijnt. Hoe verder in de keten, hoe lastiger het wordt om betrouwbare informatie over de productie, samenstelling en herkomst van producten te verkrijgen. Dit vergroot de kans dat bedrijven onder regelgeving uitkomen en verantwoordelijkheid afschuiven. Het gebrek aan transparantie en betrouwbare informatie vormt daarmee een terugkerend knelpunt in de besproken dossiers.
Conclusie
Hoewel er hard wordt gewerkt aan de invoering van textielbeleid voor zowel de voorkant van de keten (productie, arbeidsomstandigheden, toepassing van gerecyclede vezels) als de achterkant van de keten (verantwoordelijkheid voor afval), blijft de vraag in hoeverre deze richtlijnen en verordeningen in staat gaan zijn om de textielindustrie daadwerkelijk te verduurzamen. Zolang lineaire productie nog loont, vormt circulair textielbeleid slechts een pleister op een grote wond.


