Digitaal statiegeld: we weten weinig meer dan een jaar geleden

Een jaar geleden kreeg de Belgische industrie de opdracht om te bewijzen dat hun digitaal statiegeld een betere oplossing is tegen zwerfvuil dan het klassieke systeem. We delen onze conclusies over het klankbordgroepproces en over wat de pilots ons hebben geleerd (of niet).

Foto credit: Saskia Risseeuw Een jaar geleden kreeg de Belgische industrie de opdracht om te bewijzen dat hun digitaal statiegeld een betere oplossing is tegen zwerfvuil dan het klassieke systeem. We delen onze conclusies over het klankbordgroepproces en over wat de pilots ons hebben geleerd (of niet). Klankbordgroep proefprojecten: publieke transparantie of maskering? Toen de proefprojecten van start gingen om digitaal statiegeld in 2023 te testen, werd een klankbordgroep opgericht, bestaande uit milieu-, consumenten- en armoedeorganisaties. Wat was het doel? Zoals de Vlaamse minister van Leefmilieu Zuhal Demir zelf zei in januari 2023 “ Er komt een klankbordgroep waarin onder meer de milieuorganisaties zitten die ook transparant alle informatie kunnen bevragen, delen, consulteren en analyseren ” ( Plenairevergadering 18 januari 2023). Transparantie en constructieve feedback van publieke belanghebbenden waren dus de doelstellingen. Een broodnodige transparantie en betrokkenheid van deze actoren, gezien de oververtegenwoordiging van de industrie in de pilots. Een paar voorbeelden. Wie had de leiding over de uitrol van de pilots? De industrie (Fost Plus). Wie heeft drie zetels in de stuurgroep van de pilots? De industrie (Fost Plus, Comeos, Fevia). Wie werd gehoord in een eerste hoorzitting in juli en is de enige stakeholder die uitgenodigd is voor de hoorzittingen morgen samen met de OVAM? Ja, je raadt het goed: de industrie (Fost Plus). Is het niet een beetje alsof je een student vraagt om zijn eigen test te ontwerpen en die dan te beoordelen? Zoals Zuhal Demir zei “ de pen wordt vastgehouden door de OVAM en door onze diensten ” ( 18 januari ), dus Fost Plus zou hier niets over te zeggen mogen hebben. Het feit dat de stuurgroep het eindverslag van de OVAM heeft kunnen inkijken is op zich al een kwestie van ‘wie houdt de pen vast’. Je kunt je nu dus afvragen: zijn de leden van de Klankbordgroep gehoord in hun feedback? Moeilijk te zeggen, want we hebben het eindrapport nog niet gezien. Daardoor is het ook moeilijk om te weten of er rekening is gehouden met ons advies. En ja, we hebben feedback kunnen geven op de pilots. Maar dit is ons niet gemakkelijk gemaakt. Een paar voorbeelden: Zo hebben we in de laatste fase van de pilot veel moeten aandringen op extra vervolgbijeenkomsten. Voorbereidend materiaal voor de vergaderingen (laatste rapporten van meer dan 150 pagina’s) werd op het laatste moment verstuurd (bv. minder dan 48u op voorhand) ondanks verschillende verzoeken om de agenda tijdig te krijgen. De OVAM publiceerde persberichten over de voortgang van de pilots, zonder de klankbordgroep hierbij te betrekken of te informeren. Het persbericht van 15 november verscheen zelfs enkele uren voor de vergadering met de klankbordgroep en bevatte al voorlopige conclusies over de pilots. Wat had het dan nog voor zin om bijeen te komen, als de conclusies al vaststonden? Vandaag, woensdag 13 december, vinden hoorzittingen plaats over de definitieve pilots. In het licht van die komende hoorzittingen delen we onze eigen beoordeling van de vijf evaluatiecriteria door de OVAM bepaalde waarop de pilots een antwoord moeten kunnen bieden. Proefprojecten digitaal statiegeld: wat hebben we geleerd? Ondanks de inspanningen van de industrie en al het werk (en geld) dat in die pilots is gestoken, moeten we realistisch zijn. De resultaten zijn onvoldoende om te bevestigen of digitaal statiegeld effectief kan worden opgezet in 2025 en nog zorgwekkender of het daadwerkelijk zou bijdragen aan het verminderen van de hoeveelheid verpakkingen in het zwerfafval. 1. Effectiviteit: wat zijn de werkelijke voordelen van digitaal statiegeld? Geen meetbaar retourpercentage Het ‘scanratio’ (gescande hoeveelheid / verkochte hoeveelheid) is weliswaar interessant om te bekijken, maar zegt niet veel over het ‘retourpercentage’ (verpakkingen die gecertificeerd worden ingezameld). Dat gezegd hebbende, moet men erkennen dat het feit dat hooguit 1 op de 4 potentiële gebruikers het systeem heeft gebruikt, laag blijft. Impact over zwerfvuil: we weten niet meer dan voorheen Dit was het belangrijkste en meest verwachte resultaat. Het hele punt van de pilots was om te kijken of digitaal statiegeld de aanwezigheid van verpakkingen in het zwerfafval vermindert. Het antwoord is simpel: we weten niet meer hierover, dan dat we een jaar geleden wisten. Dat is een feit. Zowel de pilots in Bobbejaanland als Center Parks De Haan leverden geen significante resultaten op. Dit werd zelfs vermeld door het voor de gelegenheid ingeschakelde adviesbureau (Normec-OWS). Dit is te wijten aan methodologische fouten zoals het ontbreken van een na-meting (om resultaten te vergelijken) maar ook de onwetendheid van de consumptiepatronen. Een voorbeeld: Een eenvoudige berekening (zie onze spreadsheet ) van de Bobbejaanland resultaten laat dit punt zien (Rapport 1a. p33 ove

Foto credit: Saskia Risseeuw

Een jaar geleden kreeg de Belgische industrie de opdracht om te bewijzen dat hun digitaal statiegeld een betere oplossing is tegen zwerfvuil dan het klassieke systeem. We delen onze conclusies over het klankbordgroepproces en over wat de pilots ons hebben geleerd (of niet).

Klankbordgroep proefprojecten: publieke transparantie of maskering?

Toen de proefprojecten van start gingen om digitaal statiegeld in 2023 te testen, werd een klankbordgroep opgericht, bestaande uit milieu-, consumenten- en armoedeorganisaties.

Wat was het doel? Zoals de Vlaamse minister van Leefmilieu Zuhal Demir zelf zei in januari 2023 “Er komt een klankbordgroep waarin onder meer de milieuorganisaties zitten die ook transparant alle informatie kunnen bevragen, delen, consulteren en analyseren“ (Plenairevergadering 18 januari 2023). Transparantie en constructieve feedback van publieke belanghebbenden waren dus de doelstellingen.

Een broodnodige transparantie en betrokkenheid van deze actoren, gezien de oververtegenwoordiging van de industrie in de pilots. Een paar voorbeelden.

Wie had de leiding over de uitrol van de pilots? De industrie (Fost Plus).

Wie heeft drie zetels in de stuurgroep van de pilots? De industrie (Fost Plus, Comeos, Fevia).

Wie werd gehoord in een eerste hoorzitting in juli en is de enige stakeholder die uitgenodigd is voor de hoorzittingen morgen samen met de OVAM?Ja, je raadt het goed: de industrie (Fost Plus).

Is het niet een beetje alsof je een student vraagt om zijn eigen test te ontwerpen en die dan te beoordelen? Zoals Zuhal Demir zei “de pen wordt vastgehouden door de OVAM en door onze diensten“ (18 januari), dus Fost Plus zou hier niets over te zeggen mogen hebben. Het feit dat de stuurgroep het eindverslag van de OVAM heeft kunnen inkijken is op zich al een kwestie van ‘wie houdt de pen vast’.

Je kunt je nu dus afvragen: zijn de leden van de Klankbordgroep gehoord in hun feedback? Moeilijk te zeggen, want we hebben het eindrapport nog niet gezien. Daardoor is het ook moeilijk om te weten of er rekening is gehouden met ons advies.

En ja, we hebben feedback kunnen geven op de pilots. Maar dit is ons niet gemakkelijk gemaakt. Een paar voorbeelden:

Zo hebben we in de laatste fase van de pilot veel moeten aandringen op extra vervolgbijeenkomsten.

Voorbereidend materiaal voor de vergaderingen (laatste rapporten van meer dan 150 pagina’s) werd op het laatste moment verstuurd (bv. minder dan 48u op voorhand) ondanks verschillende verzoeken om de agenda tijdig te krijgen.

De OVAM publiceerde persberichten over de voortgang van de pilots, zonder de klankbordgroep hierbij te betrekken of te informeren. Het persbericht van 15 november verscheen zelfs enkele uren voor de vergadering met de klankbordgroep en bevatte al voorlopige conclusies over de pilots. Wat had het dan nog voor zin om bijeen te komen, als de conclusies al vaststonden?

Vandaag, woensdag 13 december, vinden hoorzittingen plaats over de definitieve pilots. In het licht van die komende hoorzittingen delen we onze eigen beoordeling van de vijf evaluatiecriteria door de OVAM bepaalde waarop de pilots een antwoord moeten kunnen bieden.

Proefprojecten digitaal statiegeld: wat hebben we geleerd?

Ondanks de inspanningen van de industrie en al het werk (en geld) dat in die pilots is gestoken, moeten we realistisch zijn. De resultaten zijn onvoldoende om te bevestigen of digitaal statiegeld effectief kan worden opgezet in 2025 en nog zorgwekkender of het daadwerkelijk zou bijdragen aan het verminderen van de hoeveelheid verpakkingen in het zwerfafval.

1. Effectiviteit: wat zijn de werkelijke voordelen van digitaal statiegeld?

Geen meetbaar retourpercentage

Het ‘scanratio’ (gescande hoeveelheid / verkochte hoeveelheid) is weliswaar interessant om te bekijken, maar zegt niet veel over het ‘retourpercentage’ (verpakkingen die gecertificeerd worden ingezameld). Dat gezegd hebbende, moet men erkennen dat het feit dat hooguit 1 op de 4 potentiële gebruikers het systeem heeft gebruikt, laag blijft.

Impact over zwerfvuil: we weten niet meer dan voorheen

Dit was het belangrijkste en meest verwachte resultaat. Het hele punt van de pilots was om te kijken of digitaal statiegeld de aanwezigheid van verpakkingen in het zwerfafval vermindert.

Het antwoord is simpel: we weten niet meer hierover, dan dat we een jaar geleden wisten. Dat is een feit.

Zowel de pilots in Bobbejaanland als Center Parks De Haan leverden geen significante resultaten op. Dit werd zelfs vermeld door het voor de gelegenheid ingeschakelde adviesbureau (Normec-OWS). Dit is te wijten aan methodologische fouten zoals het ontbreken van een na-meting (om resultaten te vergelijken) maar ook de onwetendheid van de consumptiepatronen.

Een voorbeeld: Een eenvoudige berekening (zie onze spreadsheet) van de Bobbejaanland resultaten laat dit punt zien (Rapport 1a. p33 over p25). Wanneer we de hoeveelheden die in het park zijn verkocht neutraliseren (voetnoot: we moeten erkennen dat dit alleen een trend in aankoopgedrag weergeeft en niet het volledige spectrum van aankoopgedrag aangezien drank ook buiten het pretpark kan worden gekocht), zien we dat de verhouding (hoeveelheid zwerfafval / hoeveelheid verkochte drank) gedurende de pilots vergelijkbaar is gebleven. Er kan zelfs een lichte stijging worden waargenomen.

De pilots hebben geen significante impact op zwerfafval gemeten. Elke poging om iets anders te concluderen is misleidend en onwaar.

Het meest bedreigend is het feit dat een ‘gedeactiveerde’ verpakking nog steeds in het zwerfafval terecht kan komen. De aanwezigheid van 32 verpakkingen met unieke code in het zwerfafval in de De Haan pilot toont het beperkte effect van dit systeem. Veel erger is dat 28% van de gevonden verpakkingen in het zwerfafval was gedeactiveerd (9). Gebruikers kunnen hun geld terugkrijgen, terwijl de verpakkingen nog steeds in het zwerfafval belanden.

2. Toegankelijkheid: kan iedereen het systeem gebruiken?

Van digitaal statiegeld wordt beweerd dat het toegankelijker is omdat iedereen het overal en 24/7 kan gebruiken. Niet iedereen heeft echter toegang tot een smartphone, internet of een bankrekening (bijvoorbeeld vluchtelingen, mensen in een situatie van overmatige schuldenlast of dakloosheid). Thuisscanners werden aangeboden als oplossing voor dit probleem. Hoewel dit thuis interessant is, lost het het probleem onderweg niet op. Het meest ‘kwetsbare’ deel van de bevolking zou uitgesloten blijven van het systeem waar zwerfvuil voorkomt. Meer doen van wat al werkt is geen oplossing. Dit zal ook geen oplossing zijn voor de miljoen toeristen die door België reizen. De drempel voor hen om deel te nemen aan het systeem zal erg hoog zijn (in vergelijking met een ‘klassiek’ systeem).

Tijdens de pilots is het systeem slechts gebruikt door een klein (niet-representatief) deel van de bevolking: werknemers van banken of studenten, bezoekers van een pretpark, gezinnen in een Center Park en slechts enkele bewoners van één winkelstraat. Dit zegt niet veel over de hele bevolking. Methodologisch gezien zijn de uitgevoerde bevragingen van weinig waarde, omdat ze voornamelijk werden gedeeld met gebruikers. Als gebruikers hadden ze al ingestemd met deelname en daarom waren ze waarschijnlijk positiever over het systeem dan de gemiddelde consument (d.w.z. responsbias). Het zou nodig zijn geweest om te onderzoeken waarom niet-gebruikers (3/4 van de potentiële gebruikers) het systeem niet gebruiken.

Ook hier zou veel meer onderzoek nodig zijn om te concluderen dat het systeem toegankelijk is voor alle consumenten van plastic flessen en blikjes.

3. Fraudebestendigheid: kunnen mensen het systeem misbruiken?

De sector beweert dat fraude met succes werd voorkomen tijdens de proefprojecten. Problemen met grootschalige fraude zoals cyberaanvallen (d.w.z. het hacken van het systeem om toegang te krijgen tot alle gegenereerde unieke codes) werden echter niet opgelost.

De industrie stelt ook voor om de codes op de productielijnen te activeren, wat, zoals we ongeveer een jaar geleden al vermeldden, steevast tot veel pogingen tot fraude zou leiden.

Mensen kunnen heel creatief zijn als het gaat om het misbruiken van systemen om aan geld te komen. En digitaal statiegeld (vergeleken met klassiek statiegeld) lijkt veel meer mogelijkheden te bieden om dat te doen, omdat mensen hun verpakkingen niet goed hoeven in te leveren om hun geld terug te krijgen.

Een paar voorbeelden: In KBC Leuven probeerden mensen foto’s te maken van de QR-codes in de automaten om hun geld terug te krijgen. In Bobbejaanland probeerde meer dan 1 op 10 gebruikers het systeem te misbruiken. Bakken werden verplaatst. Dat waren pogingen tot fraude die we een jaar geleden niet eens hadden voorzien.

4. Conformiteit met GDPR / Privacy wetgeving

Deze aspecten hebben betrekking op de veiligheid van het gegevensbeheer en de naleving van de GDPR-regels voor digitaal statiegeld. De industrie verzekert dat veilig gegevensbeheer mogelijk is en dat het systeem GDPR compliant is. Maar dat doet niets af aan het risico dat burgers niet willen deelnemen aan het systeem vanwege wantrouwen of angst zoals te zien was in Bobbejaanland met 1 op de 4 gebruikers die niet konden deelnemen omdat ze hun geolokalisatie hadden gedeactiveerd.

Zeker gezien het feit dat toestemming voor het delen van geolokalisatie vereist was in de twee laatste pilots om het systeem te kunnen gebruiken. Kun je mensen eerlijk dwingen om die gegevens te verstrekken om hun geld terug te krijgen?

Ontvang updates en actie-oproepen. 1 à 2 keer per maand.

Laten we contact houden

Ontvang updates en actie-oproepen. 1 à 2 keer per maand.

Laten we contact houden

Contact

2e Daalsedijk 6a
3551 EJ Utrecht, Nederland
info@fairresourcefoundation.org

Internationale netwerken
Onze socials
No (Plastic) Filter
Statiegeldalliantie
Interpool
©2026Fair Resource Foundation

Website door Digital Natives

Contact

2e Daalsedijk 6a
3551 EJ Utrecht, Nederland
info@fairresourcefoundation.org

Internationale netwerken
Onze socials
No (Plastic) Filter
Statiegeldalliantie
Interpool
©2026Fair Resource Foundation

Website door Digital Natives