De weg naar statiegeld in 2025 : tijd om de temperatuur op te nemen

by Chloe Schwizgebel | 14 september 2023

Een jaar geleden, op 6 september 2022, zei Vlaams minister van Leefmilieu Zuhal Demir bij de Tafel van Vier dat ‘statiegeld onvermijdelijk is’. Alle drie de gewesten zijn nu unaniem voorstander van de lancering van dit systeem per 2025, maar daarvoor is ook nog het nodige werk te verzetten. In dit artikel maken we de balans op van waar de gewesten staan op weg naar statiegeld in 2025. Welke evaluaties lopen er nu? Hoe zit het met klassiek statiegeld versus digitaal statiegeld? Wat zijn essentiële elementen voor goede regelgeving en wat zijn de overblijvende valkuilen op weg naar een performant  en consumentvriendelijk statiegeldsysteem?

Statiegeld aan de horizon: groen licht voor 2025

Grote vooruitgang in de drie gewesten

Wallonië, Brussel en Vlaanderen willen alle drie statiegeld invoeren in 2025, maar hebben daarvoor elks een ander traject afgelegd:

  • In Wallonië heeft de Waalse minister Céline Tellier, na talrijke parlementaire hoorzittingen en het verwerpen van het alternatief van het retourpremiesysteem, eind 2022 een laatste haalbaarheidsstudie gelanceerd om te bekijken hoe het statiegeld kan worden ingevoerd. Op donderdag 13 juli bevestigde de regering haar wens om statiegeld in te voeren en haar voorkeur voor een “manueel” statiegeld tegen 2025, vergelijkbaar met het statiegeld dat België al kent voor glazen flessen. Consumenten moeten hun flessen en blikjes dus mee kunnen nemen naar het verkooppunt. Het eindrapport van de studie, gepland voor eind 2023, zal deze aanpak hoogstwaarschijnlijk bevestigen. In Wallonië zijn de coalitiepartners (MR, PS en Ecolo) en de oppositie (PTB, Les Engagés) unaniem voorstander van een conventioneel statiegeld.
  • Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft lang gezwegen over het onderwerp. Na eindelijk haarmedewerking aan de Waalse haalbaarheidsstudie te hebben aangekondigd, gaf minister van Leefmilieu Alain Maron op vrijdag 14 juli aan dat hij de Waalse aanpak zou steunen en volgen.
  • In Vlaanderen was minister Zuhal Demir de eerste die, precies één jaar geleden, in september 2022 aankondigde dat een statiegeldsysteem “onvermijdelijk” was voor plastic blikjes en flessen, en dat het tegen 2025 zou worden ingevoerd. Dit volgde op de onbevredigende resultaten van de zwerfvuilmonitoring van de OVAM. De sector moest het zwerfvuil in Vlaanderen tussen 2015 en 2021 met 20% verminderen. Uit de monitoring bleek dat de vele preventie- en opruimcampagnes geen vruchten hadden afgeworpen.

De Belgische ontwikkelingen zijn dan ook in lijn met de ontwikkeling op Europees vlak . Op grond van de draft ‘Packaging and Packaging Waste Regulation’ (PPWR) moeten lidstaten tegen 2029 een statiegeldsysteem invoeren voor plastic blikjes en flesjes, tenzij ze tegen 2026 en 2027 90% gescheiden inzameling bereiken voor deze soorten verpakkingen. Geen enkel land haalt dat zonder statiegeld.

Een maatregel die de unanieme steun heeft van de Belgische burgers

Statiegeld blijkt een van de meest populaire milieumaatregelen. Sinds 2021 zijn petities ten gunste van het statiegeld massaal ondertekend en hebben ze geleid tot parlementaire hoorzittingen in Brussel (CCB, maart 2021), Wallonië (Régine Florent, mei 2021) en Vlaanderen (Canal It Up, oktober 2022). De  steun voor statiegeld zie je ook terug in enquêtes bij de bevolking. Een enquête van GFK in 2018 liet zien dat 82% van de Belgen statiegeld op plastic flessen en blikjes wilde. De steun blijft bovendien groeien. Daar waar een enquête van Testaankoop in 2017 uitkwam op 66% steun voor statiegeld, steeg dit naar 74% toen Testaankoop in 2021 een tweede enquête hield. Ookde Statiegeldalliantie kan niet over het hoofd worden gezien. Sinds haar oprichting in 2017 met slechts 21 leden is de alliantie gestaag gegroeid. In 2018 telde de Alliantie al 500 leden en nu telt ze meer dan 1300 leden, waaronder 62% van de Belgische steden en gemeenten.

 

Zaken om op te letten op weg naar statiegeld

Hoewel er aanzienlijke vooruitgang is geboekt, kunnen er ook een aantal aandachtspunten worden geïdentificeerd bij de invoering van statiegeld. Vooreerst heeft Vlaanderen nog geen definitieve positie ingenomen over het type statiegeldsysteem. Daarbij lobbyt het bedrijfsleven tegen de invoering van een klassiek statiegeldsysteem.Ook niet uit het oog te verliezen zijn de verkiezingen op 9 juni 2024.

Definitieve positie Vlaanderen verwacht tegen eind 2023

‘Statiegeldsysteem is onvermijdelijk’ aldus Zuhal Demir (Tafel van Vier, 6 september 2022), maar terwijl de andere twee gewesten hebben gekozen voor het’klassiek’ statiegeldsysteem, moet Vlaanderen nog beslissen welk type statiegeldsysteem het wil invoeren. Onder druk van de sector, die al sinds september 2022 aandringt op de invoering van een ‘digitaal statiegeld’, heeft minister Zuhal Demir Fost Plus, Comeos en Fevia tot eind oktober 2023 de tijd gegeven om de werking van digitaal statiegeld te bewijzen. Vlaamse statiegeldproefprojecten  De proefprojecten, georganiseerd door Fost Plus en de OVAM, moeten de technische haalbaarheid, doeltreffendheid en toegankelijkheid van dit alternatieve systeem aantonen. Ook moet worden aangetoond dat alternatieve systemen geen onevenredige risico’s op fraude of verlies van privacy met zich meebrengt. Daarbij moet ook duidelijk worden dat het systeem volledig operationeel kan zijn tegen 2025. Indien de proefprojecten die bewijzen niet leveren, wordt het klassieke statiegeldsysteem ingevoerd. De eerste pilots in een gesloten omgeving vonden plaats in juni om een aantal technische aspecten te testen. De laatste twee  pilots in semi-gesloten en open omgevingen, die in september van start gaan en eind oktober moeten zijn afgerond, zullen het meest doorslaggevend zijn, aangezien de technische haalbaarheid, toegankelijkheid en efficiëntie van het systeem nog niet zijn getest. Op dit moment is de industrie nog ver verwijderd van het bewijzen van het concept voor een effectieve introductie in 2025. De piloten van september riepen juist veel vragen op. Ook de haalbaarheid van het systeem is nog onbewezen. De timing wordt krapper voor de industrie en het risico van falen wordt dus steeds groter. Op politiek niveau zijn de oppositiepartijen Groen en Vooruit voorstander van het klassieke statiegeldsysteem. Binnen de coalitie zelf is de CD&V voorstander van statiegeld en is daarbij zeer sceptisch over het digitale voorstel van de industrie. De N-VA, de partij van de minister van Leefmilieu, is ook voorstander van statiegeld, maar heeft geen standpunt over het voorkeursysteem. Open-VLD steunt het digitale statiegeldsysteem. De meeste Vlamingen, milieu- en landbouworganisaties en 70% van de Vlaamse steden en gemeenten zijn daarentegen voorstander van een klassiek statiegeld. De positie van steden en gemeenten is essentieel, aangezien zij het zwerfafval van flessen en blikjes nu moeten opruimen en ook een belangrijke rol spelen in het scenario van digitaal statiegeld. Ze zouden verantwoordelijk zijn voor het plaatsen van tienduizenden extra “blauwe openbare vuilnisbakken” op hun grondgebied en zouden mogelijk “thuisscanners” moeten uitdelen aan hun burgers (PwC, 2022).

De rol van de industrie 

Fotocredit: Saskia Risseeuw

De Belgische producenten- en supermarktfederaties (Fevia, Comeos) zijn al jaren fel gekant tegen statiegeld, evenals Fost Plus die namens deze federaties de inzameling van de verpakkingen organiseert. Pas in september 2022 – toen de Vlaamse minister aankondigde dat het besluit in Vlaanderen op handen was – betuigden deze sectoren hun steun voor statiegeld. Fost Plus houdt als afvalinzamelorganisatie namens producenten en supermarkten graag vast aan de blauwe zak voor de inzameling van plastic flessen en blikjes en ziet deze waardevolle materialen liever niet op een andere manier worden ingezameld. Daarnaast is vooral de lobbyorganisatie van de supermarkten, Comeos, sterk gekant tegen statiegeld. Een van de leden, Colruyt, is namelijk liever niet verantwoordelijk voor het innemen van de plastic flessen en blikjes en het uitkeren van statiegeld aan hun klanten wegens extra kosten en aanpassingen. Ook in andere landen zoals Nederland en het Verenigd Koninkrijk speelt de lobby van de supermarkten een belangrijke rol in het tegenhoudenvan de invoering van statiegeld. De betreffende federaties stellen nu voor  om een vorm van ‘digitaal statiegeld’ in te voeren waarbij de inzameling nog altijd via de blauwe zak verloopt en via vuilnisbakken in de openbare ruimte voor verpakkingen die onderweg worden geconsumeerd. In tegenstelling tot het klassieke ‘Return-to-retail’ statiegeld – dat in bijna alle Europese landen wordt gebruikt – blijft dit systeem een idee waarvan het succes nog lang niet bewezen is. Het roept veel vragen op bij politici, consumentenverenigingen en milieu-NGO’s. De federatie van blikjesfabrikanten in de Benelux is (Beverage Can Benelux) is echter een tegenstander van digitaal statiegeld. In haar standpunt geeft de federatie aan dat de unieke codering die nodig is voor digitaal statiegeld, technisch nog niet mogelijk is en ze stelt ook dat hoogwaardige materiaalrecyclage via klassiek statiegeld het beste kan worden gegarandeerd. Vanwege de grote onzekerheden rond digitaal statiegeld en het belang van het invoeren van een systeem dat in 2025 operationeel is en goed werkt, hebben we adviesbureau Eunomia, gespecialiseerd in circulaire economie en afvalsystemen, gevraagd om het voorstel van digitaal statiegeld te evalueren. Het definitieve rapport is voorzien voor september-oktober.

Interregionale samenwerking nodig voor een uniform statiegeld

Twee aanpakken: de Fost Plus-erkenning en het ISA verpakkingen

Om het statiegeld op nationaal niveau te kunnen invoeren moet een akkoord worden gevonden tussen de drie gewesten. Het Belgische beleid voor verpakkingen speelt zich voor een groot deel namelijk af op het interregionale niveau. Er zijn twee typen afspraken die nu belangrijk zijn:

Fost Plus-erkenning

Om de vijf jaar wordt een producentenorganisatie voor verpakkingen (in principe Fost Plus voor huishoudelijke verpakkingen in België) erkend als partij om namens producenten invulling te geven aan de wettelijke verplichtingen rond de inzameling en verduurzaming van verpakkingen. Statiegeld speelt daar natuurlijk een rol in. De verlenging van de erkenning van Fost Plus eind 2023 – voor een periode van vijf jaar – is een kans om de politieke wil te verankeren om in 2025 een operationeel statiegeld in te voeren. Deze verlenging wordt toegekend door het beslissingsorgaan van de Interregionale Verpakkingscommissie (IVC), samengesteld uit leden aangeduid door de drie gewesten (Hoofdstuk V, art 23, §3 van de ISA). Fost Plus moest in juni-juli een voorstel doen (volgens de regels van de ISA) over de inhoud van de toekomstige erkenning met betrekking tot zijn verschillende toekomstige doelstellingen op het vlak van preventie, hergebruik en recyclage – bijvoorbeeld met betrekking tot statiegeld op plastic blikjes en flessen. Hierdoor zal de IVC in december 2023 een beslissing kunnen nemen (ISA Verpakkingen, art. 10, §3). Op dit moment wordt er geen informatie gedeeld over de details van de besprekingen. Dit is problematisch, gezien het belang van deze goedkeuring voor alle Belgische spelers die ermee te maken krijgen: recycleurs, intercommunales, maar ook steden en gemeenten en burgers. Dit gebrek aan transparantie is des te problematischer gezien de twijfels over de transparantie en monopolistische positie van Fost Plus (Apache, 2021). Aangezien de erkenning vijf jaar loopt, moet ze niet alleen in overeenstemming zijn met het nationale beleid, maar ook met de Europese ambities voor een circulaire economie tegen 2030. Daarom is er nood an meer transparantie en betrokkenheid van de relevante stakeholders bij de vernieuwing van deze erkenning. Fotocredit: Frimufilm

Interregionale samenwerkingsakkoord over verpakkingen

Het Interregionale samenwerkingsakkoord (ISA) betreffende verpakkingen is de wettelijke basis voor het verpakkingsbeleid tussen de gewesten. Het werd opgesteld in 2008 en voor het laatst gewijzigd in 2020. De IVC ziet toe op naleving van het samenwerkingsakkoord, waaronder  goedkeuring, controle en financiering van PRO-verpakkingssystemen (zoals Fost Plus). Het ISA bepaalt ook specifieke doelstellingen voor preventie, inzameling en recycling in België. Het ISA Verpakkingen moet worden aangepast voor de wettelijke verankering van statiegeld. Maar de aanpassing zal meer tijd in beslag nemen dan het goedkeuringsproces. Alleen vertrouwen op het ISA Verpakkingen om het statiegeld in te voeren brengt het risico met zich mee dat het besluit wordt vertraagd en dat het daardoor moeilijker wordt om de doelstelling van een operationeel statiegeld in 2025 te halen. Bovendien vullen deze twee paden elkaar aan: terwijl de Fost Plus-erkenning producenten richting geeft voor de komende vijf jaar op het gebied van preventie, hergebruik en recycling, richt het ISA zich meer op de verbintenissen die de drie gewesten zijn aangegaan op het gebied van verpakking en verpakkingsafval beheer. Samen kunnen deze documenten de basis vormen van een solide statiegeldsysteem waarin publieke en private spelers de richting van hun verpakkingsbeleid plannen.

Voor effectieve statiegeld wetgeving: volgen we het voorbeeld van onze buren

De afgelopen jaren zijn er steeds meer voorbeelden van statiegeldsystemen bij onze buren gekomen. Niet minder dan 14 landen in Europa hebben statiegeld op hun blikjes en flesjes, en in Nederland nam het aantal plastic flessen in het zwerfafval af met 80%. Dit stelt ons in staat om te zien wat werkt – en wat niet werkt. Vijf cruciale elementen van een succesvolle statiegeldwetgeving

  1. Op alle blikjes en flessen statiegeld Voor de consument is het belangrijk dat er geen onderscheid wordt gemaakt in type dranken, dus ook statiegeld op sappen en zuivel. Het statiegeld moet daarnaast minimaal op 25 eurocent liggen.
  2. Wettelijke doelstelling van 95% inzameling met sancties bij niet-naleving De beste statiegeldsystemen zoals in Duitsland halen 95% inzameling. Om zoveel mogelijk grondstoffen te besparen moet deze doelstelling wettelijk verankerd worden. Het is belangrijk dat daarbij stevige corrigerende maatregelen worden voorzien wanneer de doelstelling niet gehaald wordt, omdat de producenten financieel baat hebben bij het niet uitkeren van statiegeld. Het model van Noorwegen kan ook gevolgd worden, waarbij er een zeer sterke belastingsprikkel is om beter te presteren.
  3. “Geld-terug” recht voor consumenten. Voor een succesvol systeem is het essentieel dat consumenten genoeg plaatsen hebben waar ze hun verpakkingen gemakkelijk kunnen inleveren in ruil voor hun statiegeld. Kleinere verkooppunten kunnen worden vrijgesteld, maar moeten vrijwillig kunnen deelnemen om ervoor te zorgen dat ze niet worden benadeeld. Deze verplichting is essentieel om de doelstellingen van retourpercentages voor producenten afdwingbaar te maken, omdat het de bijdrage van de supermarkten aan het behalen van de doelstellingen juridisch bindend maakt. Het is de norm in Europa. Het ontbreken van deze verplichting in de Nederlandse wetgeving heeft tot een aantal juridische problemen geleid.
  4. De “handling fee” – compensatie voor inzamelpunten. Om te zorgen dat het systeem niet te belastend is voor de inzamelpunten (supermarkten, tankstations, restaurants, enz.), worden deze laatste financieel gecompenseerd voor hun investeringen (personeel, machines, retourlogistiek). Dit staat bekend als “handling fee“. De vergoeding wordt betaald door een centrale beheerder (bijv. Fost Plus) die de vergoeding betaalt uit intkomsten van recyclage, een producentenfee en een klein deel niet-uitgekeerd statiegeld.
  5. Statiegeld, een systeem van Uitgebreide ProducentenVerantwoordelijkheid. Statiegeld volgt het principe van “vervuiler betaalt”. Het systeem moet daarom 100% gefinancierd worden door de industrie die de verpakkingen op de markt brengt. Van belastingbetalers en lokale overheden kan niet worden verlangd dat zij de rekening van het statiegeld betalen.

Gerelateerde tags

MEER OVER DIT ONDERWERP

[Position paper] On the road to ambitious Deposit Return Systems all over Europe

[Position paper] On the road to ambitious Deposit Return Systems all over Europe

While the general ambitions of the Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR), especially regarding the reuse targets, have been largely watered down by industry lobbies, we do still welcome the direction given to DRS in the new revision of the PPWR. With this joint letter – signed by 50 European organizations – we comment on the regulation, which consecrates DRS as a solution to increase selective collection, foster reuse

read more