De Europese Unie en Nederland beloven een einde te maken aan ultra fast fashion en te zorgen voor textiel dat duurzaam, repareerbaar en vrij van schadelijke stoffen is. Textiel is een van de meest vervuilende industrieën ter wereld door het intensieve gebruik van grote hoeveelheden katoen en andere grondstoffen, en de vervuilende uitstoot. Textiel is in de EU de op twee na grootste verbruiker van water en land, en genereert genoeg afval om alle woningen in Lelystad te vullen met textiel. Tegelijkertijd is de productie van textiel tussen 2000 en 2019 bijna verdrievoudigd, en deze groei zal naar verwachting alleen maar toenemen in de aanloop naar 2030. De belofte van een duurzame textielketen is dus hard nodig, maar in hoeverre weet het huidige beleid deze ambities waar te maken? In dit overzichtsartikel zoeken we het uit.
De grote milieudruk maakt dat er nood is aan beleidsinterventies op Europees en nationaal niveau. Vergeleken bij andere productstromen, zoals elektrische apparaten en verpakkingen, is textiel één van de laatste grote productgroepen waar aanvullende milieumaatregelen voor moeten worden geïntroduceerd.
Het Europese textielbeleid is daarom volop in beweging en moet de sector richting een circulaire economie te sturen. Met nieuwe strategieën, richtlijnen en verordeningen wil de Europese Unie in 2030 een wereldleider zijn op het gebied van de circulaire economie en textiel is daarbij een van de prioritaire sectoren. Ook Nederland probeert op het gebied van textiel een koploperspositie te bemachtigen en wil in 2050 een volledig circulaire economie realiseren.
Tegelijkertijd blijft daadwerkelijke systeemverandering beperkt. Het huidige beleid schiet tekort in ambitie en handhaving, waardoor de textielindustrie haar winstgevende, maar vervuilende verdienmodel in stand weet te houden en verantwoordelijkheid afschuift. Daarom duiken we in dit artikel in de recente ontwikkelingen van Europees en Nederlands textielbeleid. We laten zien hoe het textielbeleid zich heeft ontwikkeld en staan stil bij de grootste knelpunten: van ambitieuze beloftes en weerstand vanuit de markt, naar voorzichtige stappen vooruit.
Europees textielbeleid
In de afgelopen decennia heeft de Europese Unie een aantal belangrijke beleidsdossiers geïntroduceerd die richtinggevend zijn voor de verduurzaming van verschillende productieketens, waaronder de textielsector. Drie beleidskaders vormen daarbij de strategische en juridische basis waarbinnen textielbeleid wordt ontwikkeld:
- European Green Deal (EGD)
- EU Climate Law (Verordening 2021/1119)
- Circular Economy Action Plan (CEAP)
Textiel is aangewezen als een van de prioritaire sectoren in het Circular Economy Action Plan. Daarom werkt de Europese Unie de ambities van de EGD en het CEAP voor textiel verder uit in een aantal belangrijke dossiers en instrumenten, waaronder:
- De EU Strategy for Sustainable and Circular Textiles
- De Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR)
- De Circular Economy Act (CEA)
Hieronder gaan we verder in op deze (lopende) dossiers en hun rol binnen de verduurzaming van de textielsector.
[DO NOT DELETE] Invisible item so all accordeon is closed
EU Green Deal & EU Climate Law
Type: Beleidsstrategie (EGD) / Verordening 2021/1119 (Climate Law)
Status: Gepresenteerd (EGD) / In werking (Climate Law)
De European Green Deal (EGD) is een beleidskader gepresenteerd met het doel klimaatneutraal te zijn in 2050, en emissies te verminderen met 50% tegen 2030 (in vergelijking met het niveau van 1990). In 2021 is dit vastgelegd in de EU Climate Law (Verordening 2021/1119) om deze doelstelling juridisch bindend te maken. De EGD functioneert als een roadmap om te werken naar een duurzame en inclusieve economie. De belangrijkste pijlers zijn het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen, het verbeteren van de energie-efficiëntie, het bevorderen van een schone en circulaire economie en het behoud van de biodiversiteit.
Circular Economy Action Plan
Type: Actieplan
Status: Gepresenteerd
In maart 2020 is het Circular Economy Action Plan (CEAP) gepresenteerd. Dit beleidskader is gericht op het opschalen van de circulaire economie om de doelen van de EGD te behalen. Textiel wordt in het CEAP aangeduid als een van de vijf prioritaire industrieën.
Het beleidskader focust zich op de volgende drie onderdelen:
- Duurzaam ontwerpen van producten: De EU wil nieuwe wetgeving introduceren en het Ecodesign Directive (later vervangen door ESPR – zie hieronder) uitbreiden naar meerdere productgroepen in plaats van uitsluitend energiegerelateerde producten. Daarbij ligt de focus als eerst op prioritaire sectoren, waaronder textiel.
- Een grotere rol geven aan consumenten en overheden: De EU wil consumenten beschermen tegen greenwashing door zorg te dragen voor betere en eerlijke informatie en het recht op reparatie te waarborgen. Daarnaast worden overheden verplicht om duurzamer in te kopen, zodat dit de nieuwe norm wordt.
Circulariteit in producten: De laatste pijler van het CEAP is om de industrie circulairder te maken door hergebruik van grondstoffen te stimuleren via onderzoek en digitale technologie, en door groene technologie en samenwerking tussen bedrijven aan te moedigen.
EU Strategy for Sustainable and Circular Textiles
Type: Strategie
Status: Gepresenteerd
In maart 2022 publiceerde de Europese Unie de EU Strategy for Sustainable and Circular Textiles om de toezeggingen uit de European Green Deal en het Circular Economy Action Plan (CEAP) specifiek voor textiel verder uit te werken. De strategie stelt het doel om alle textielproducten op de EU-markt duurzamer, repareerbaar en recyclebaar te maken en producenten meer verantwoordelijkheid te laten nemen in de keten. Daarnaast moet fast fashion uitgefaseerd worden.
Onder deze strategie vallen meerdere richtlijnen, verordeningen en initiatieven die de Europese Unie inmiddels heeft aangenomen of de komende jaren verder zal uitwerken, waaronder:
Empowering Consumers for the Green Transition
Deze richtlijn is op 30 maart 2022 voorgesteld om consumenten beter te informeren over duurzaamheidskenmerken van producten, en in werking getreden op 27 maart 2024. Algemene milieuclaims zoals ‘milieuvriendelijk’ mogen niet meer worden gebruikt, tenzij een product een goedgekeurd keurmerk draagt (zoals het EU Ecolabel). Daarnaast worden er strengere eisen gesteld aan beweringen over CO₂-compensatie en moeten verkopers consumenten beter informeren over de reparatiemogelijkheden en de periode waarin deze beschikbaar zijn.
Green Claims Directive (voorstel)
Deze richtlijn, voorgesteld op 22 maart 2023, moest milieuclaims vervolgens betrouwbaar, verifieerbaar en vergelijkbaar maken, ter aanvulling op de Empowering Consumers for the Green Transition richtlijn om greenwashing tegen te gaan. Echter, op 20 juni 2025 kondigde de Europese Commissie aan zich terug te trekken van deze richtlijn, één werkdag voordat de laatste ronde van trialoogonderhandelingen zou plaatsvinden. Volgens de Commissie zou de richtlijn tot hoge administratieve lasten leiden voor kleine en microbedrijven. Deze intrekking vond plaats kort nadat de Commissie brieven had ontvangen van (centrum)rechtse partijen die aangaven het voorstel niet te ondersteunen, wat erop wijst dat politieke druk een rol heeft gespeeld. Het intrekken van een richtlijn is daarnaast een zeldzaam proces, wat een zorgwekkend precedent schept.
Herziening Waste Framework Directive
De herziening van de Waste Framework Directive, voorgesteld in 2023 en in werking vanaf 2025, stelt vast dat uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor textiel in alle EU-lidstaten moet worden ingevoerd. Dit instrument moet producenten verantwoordelijk maken voor de gehele levensduur van producten, inclusief de inzameling en verwerking van afval. UPV werd in Nederland al eerder verplicht voor consumentenkleding, bedrijfskleding en huishoudlinnen dan deze herziening. UPV zal uitgebreider worden behandeld onder het Nederlands beleid.
Product Environmental Footprint Category Rules
Dit initiatief bevat nieuwe regels om de milieu-impact van producten op een universele manier vast te meten. De PEF-methode berekent deze impact op basis van de levenscyclus. De textielstrategie duidt het gebruik van de deze methode aan als een manier om groene claims te meten. De data die hiervoor wordt gebruikt, verzameld door de Europese Commissie, bevat echter vaak onnauwkeurige of verouderde secundaire gegevens waardoor fast-fashion bedrijven beter uit de berekening komen dan in de realiteit het geval is. Bedrijven kunnen wel primaire data aanleveren, maar dit kost tijd en geld, waardoor er weinig prikkel is om dit te doen. Dit creëert een schijnnauwkeurigheid en laat veel ruimte voor producenten om verantwoording te ontlopen.
Daarnaast kunnen bedrijven betalen om stemrecht te krijgen in het besluitvormingsproces, waardoor de belangen van de beslissingen in twijfel kunnen worden gebracht. Dit is een zorgwekkend voorbeeld van de lobby-invloed van de industrie, waardoor beleidsinstrumenten minder ambitieus en effectief uitvallen.
Hoewel het gebruik van de PEFCR namelijk momenteel nog vrijwillig is, wordt de PEF-methode namelijk regelmatig door beleidsmakers aangehaald.
Ecodesign for Sustainable Products Regulation
Type: Verordening (EU) 2024/1781
Status: In werking
De Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) moet de Ecodesign-richtlijn vervangen en valt onder zowel het Circular Economy Action Plan (CEAP) als de EU-textielstrategie. Het stelt minimum ontwerpeisen (oftewel ‘ecodesign eisen’) voor specifieke productgroepen om de levensduur en circulariteit van het product te verbeteren. Textiel is de eerste productgroep waarvoor deze eisen verder worden uitgewerkt.
Er zijn een aantal nieuwe maatregelen die onder de ESPR vallen, waaronder:
- Digital Product Passport (DDP) (toekomstig): Er gaat een digitale identiteitskaart worden geïntroduceerd om informatie over producten en materialen beschikbaar te stellen. Deze informatie kan gaan over de gebruikte materialen en hun oorsprong, recyclingmogelijkheden en milieueffecten gedurende de levenscyclus. Het doel is om duurzaamheid en circulariteit te versterken door producenten transparant en controleerbaar verantwoordelijk te houden voor naleving van de wetgeving.
- Verbod op vernietiging van onverkochte producten: Gemiddeld wordt ongeveer 4-9% van alle textielproducten vernietigd voordat het überhaupt op de markt wordt geïntroduceerd. Daarom worden er regels ingevoerd die bepalen dat onverkochte textiel en schoenen niet langer zomaar mogen worden vernietigd. Dit verbod zal ingaan voor grote bedrijven vanaf 19 juli 2026. Voor middelgrote bedrijven zal dit van toepassing zijn in 2030.
Er is binnen de ESPR echter beperkte aandacht voor de complexiteit van de textielsector. De ESPR schrijft een ‘one-size-fits-all’ benadering voor terwijl er aanzienlijke verschillen bestaan in kwaliteit en toepassing van verschillende materialen en textielproducten. Hierdoor bestaat het risico dat regelgeving onvoldoende aansluit bij de specifieke kenmerken van verschillende productcategorieën.
Daarnaast zijn er zorgen over transparantie en traceerbaarheid in de keten. Het verzamelen van betrouwbare data aan de productiezijde is moeilijk, en samen met een gebrek aan handhaving buiten de EU, maakt dit het lastig om te voldoen aan de eisen van de ESPR. Met name voor MKB bedrijven, die een groot deel van de sector vormen. Tegelijkertijd biedt deze complexiteit ruimte aan bedrijven met meer middelen om mogelijkheden te benutten en verantwoordelijkheden binnen de keten te verschuiven, zoals ook besproken onder het PEFCR initiatief. Het is daarom van belang dat de ESPR verdere verduidelijking biedt en dat de naleving van de ESPR effectief wordt gehandhaafd.
Circular Economy Act
Type: Onbekend
Status: Voorstel
Een toekomstig beleidsinstrument, namelijk de Circular Economy Act (CEA), dat valt onder de EU’s Clean Industrial Deal, moet ervoor zorgen dat de interne markt voor secundaire grondstoffen en materialen wordt verbeterd en versterkt, en dat de vraag hiernaar wordt gestimuleerd. Dit zal gebeuren via een mix van verschillende interventies, zoals verdere vereenvoudiging, digitalisering en uitbreiding van UPV-regelingen.
Dit is ook noodzakelijk, aangezien wij eerder schreven dat de CEA een langetermijn kader moet creëren waarin UPV-regelingen juridisch bindend en meer geharmoniseerd worden. Daarnaast is het ook binnen de CEA belangrijk om te erkennen dat de kwaliteit van secundaire materialen sterk kan verschillen. Voor textiel bestaat bijvoorbeeld al technologie om secundaire materialen te produceren die primaire materialen kunnen evenaren.
De CEA stond van augustus tot en met november 2026 open voor publieke consultatie, met als doel om in 2026 te worden aangenomen. Lees hier Fair Resource Foundation’s reactie op deze consultatie. De potentie van de Circular Economy Act is groot, ook voor de textielsector, maar het is wel nodig dat feedback van een brede groep aan stakeholders serieus wordt meegenomen en dat ambitieuze en geharmoniseerde maatregelen worden vastgesteld.
Nederlands textielbeleid
Nederland is een relatief grote speler op de EU-textielmarkt en behoort tot de vijf grootste textielexporteurs. Daarom werkt Nederland aan aanvullend textielbeleid. Net als op het EU-niveau bepalen een aantal overkoepelende beleidsprogramma’s en wetten het Nederlandse textielbeleid:
- Het Klimaatakkoord, de Klimaatwet en het Klimaatplan
- Het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE)
Binnen het NPCE wijst de overheid textiel wederom aan als een van de prioritaire sectoren. Daarom is het beleidsprogramma Circulair Textiel geïntroduceerd om deze transitie verder vorm te geven in Nederland. De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor textiel is het belangrijkste beleidsinstrument. Hieronder gaan we in op elk van deze dossiers.
[DO NOT DELETE] Invisible item so all accordeon is closed
Klimaatakkoord, Klimaatwet en Klimaatplan
In 2019 is het Klimaatakkoord gesloten: een overeenkomst tussen 150 organisaties en bedrijven in Nederland. Door vijf klimaattafels is het doel vastgesteld in het Klimaatakkoord om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49% te verminderen ten opzichte van 1990 tot 116 megaton CO₂. Deze doelstellingen zijn vanaf 2019 juridisch vastgelegd in de eerste Klimaatwet.
In 2023 is het akkoord verder aangescherpt met aanvullende maatregelen en nieuwe reductiedoelen voor 2030 (een terugbrenging tot 91 megaton CO₂) en het streven naar een klimaatneutraal 2050. Ook is de Klimaatwet in 2023 aangepast om verder aan te sluiten bij de nieuwe Europese emissiedoelstellingen en regelgeving, waaronder de EU-Klimaatwet. Deze versie is op 22 juli 2023 in werking getreden.
Daarnaast wordt elke vijf jaar een Klimaatplan opgeleverd met concrete maatregelen voor de volgende 10 jaar, gericht op het realiseren van de langetermijnstrategie van klimaatneutraliteit in 2050. Het eerste Klimaatplan (2021-2030) werd in 2019 vastgesteld. Momenteel geldt het tweede Klimaatplan voor 2025-2035.
Nationaal Programma Circulaire Economie
Het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) vormt het beleidskader om toe te werken naar een volledig circulaire economie in 2050. De hoofddoelen van het programma zijn het tegengaan van klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en milieudruk, en om het veiligstellen van de grondstofvoorziening voor Nederland. Textiel is daarbij aangewezen als een van de prioritaire productgroepen. Op het moment is het programma opgesteld voor 2023-2030. Elke twee jaar wordt het programma geactualiseerd, en in 2025 heeft de eerste actualisatie plaatsgevonden.
Binnen het NPCE worden maatregelen ontwikkeld langs vier strategieën:
- Hoogwaardige verwerking: Kringlopen sluiten zonder dat de kwaliteit verloren gaat terwijl minimale afvalproductie wordt gewaarborgd.
- Substitutie: Het vervangen van eindige grondstoffen door duurzame, secundaire of ruimer beschikbare grondstoffen.
- Levensduurverlenging: Producten en materialen langer in gebruik houden door vormen van waardebehoud, zoals hergebruik of reparatie.
- Efficiënter grondstoffengebruik: Het verminderen van materiaalgebruik in productie en consumptie.
Hoewel het NPCE een belangrijke stap vormt richting een circulaire economie, is het programma minder ambitieus dan eerdere beleidskaders. In vergelijking met het beleidsprogramma ‘Nederland Circulair in 2050’ dat in 2016 is gepubliceerd, is de ambitie flink verlaagd. Zo wordt het verminderen van grondstoffenverbruik in het NPCE voornamelijk benoemd als middel om andere doelen te bereiken, en niet als zelfstandig doel. Daardoor lijkt de nadruk sterker te liggen op afvalreductie dan op het aanpakken van onderliggende oorzaken van materiaalgebruik. Lees hier meer over de reactie van Fair Resource Foundation op het NPCE.
Beleidsprogramma Circulair Textiel
Het Beleidsprogramma Circulair Textiel werd voor het eerst gepubliceerd in 2020 (voor de periode 2020-2025) en is in 2024 opgevolgd door een nieuwe editie voor 2025-2030.
De laatste versie van het programma sluit grotendeels aan bij de vier pijlers van het NPCE. Per pijl zijn de volgende doelstellingen geformuleerd voor 2030 en 2035, als tussenstappen richting het einddoel: een veilige, transparante en verantwoordelijke circulaire textielketen in 2050.
- Hoogwaardige verwerking:
- 2030: De hoeveelheid textielafval daalt naar maximaal 10 kilogram per persoon per jaar.
- 2035: De hoeveelheid textielafval daalt naar maximaal 8 kilogram per persoon per jaar.
- Substitutie:
- 2030: Minimaal 50% van alle textielproducten op de Nederlandse markt moet duurzaam verwerkt zijn, waarvan minstens 15% vezel-to-vezel recyclaat is.
- 2035: Minimaal 70% van alle textielproducten op de Nederlandse markt moet duurzaam verwerkt zijn, waarvan minstens 20% vezel-to-vezel recyclaat is.
- Levensduurverlenging:
- 2030: Het aandeel tweedehands textielproducten (ten opzichte van het aantal nieuw gekochte producten) stijgt naar minimaal 25%.
- 2035: Het aandeel tweedehands textielproducten (ten opzichte van het aantal nieuw gekochte producten) stijgt naar minimaal 30%.
- Het verminderen van grondstoffen:
- 2030: Het aantal gekochte nieuwe kledingstukken daalt naar 35 stuks per persoon per jaar.
- 2035: Het aantal gekochte nieuwe kledingstukken daalt naar 25 stuks per persoon per jaar.
Alhoewel het belangrijk is dat er een strategisch beleidsprogramma voor de textielsector op tafel ligt, roept het programma vragen op over de focus van maatregelen die worden voorgesteld. Het programma bouwt voor een groot deel voort op het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE). Hier hebben we eerder kritiek op geuit vanwege de verlaagde ambitie ten opzichte van eerdere beleidsprogramma’s. Daarnaast focust dit programma zich voornamelijk op uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) als beleidsinstrument. Hoewel UPV een zeer belangrijk instrument is, zou het niet het enige beleidsmiddel moeten zijn waarop wordt gefocust. Daarnaast wordt een deel van de verantwoordelijkheid verschoven naar (toekomstige) Europese regelgeving. Uiteraard is afstemming met EU-beleid logisch, maar dit kan het ook eenvoudiger maken om nationale beleidskeuzes uit te stellen.
Uitgebreide producenten-verantwoordelijkheid (UPV)
Vanaf 1 juli 2023 is Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor textiel in Nederland geïmplementeerd. Dit is eerder ingevoerd dan verplicht was op grond van Europese regelgeving.
UPV stelt producenten verantwoordelijk voor het creëren en financieren van een collectie systemen om textiel te recyclen en hergebruiken. De definitie van producenten is in dit geval de partij die als eerste het textielproduct op de Nederlandse markt brengt, dit kan ook een importeur of distributeur zijn. De doelen van het UPV systeem zijn:
- In 2025 moet ten minste 50% van het textiel dat in het voorgaande jaar op de markt is gebracht, worden voorbereid voor hergebruik of recycling.
- In 2030 moet ten minste 75% van het textiel dat in het voorgaande jaar op de markt is gebracht, worden voorbereid voor hergebruik of recycling.
Bedrijven moeten vanaf 2024 jaarlijks rapporteren aan Rijkswaterstaat over het aantal verkochte kilo’s textiel, een beschrijving geven van de inzamelsystemen en, vanaf 2025, de naleving van de doelstellingen, evenals een financieel overzicht. Hoewel de producenten nu nog individueel invulling kunnen geven aan de doelstellingen, sluiten ze zich in de praktijk bijna altijd aan bij een zogeheten producentenorganisatie. FRF is in 2024 een eigen producentenorganisatie gestart, Collectief Circulair Textiel.
Momenteel geldt de UPV alleen voor consumentenkleding, bedrijfskleding en huishoudlinnen. Door de herziening van het Waste Framework Directive (KRA) op Europees niveau, moet UPV voor textiel in Nederland worden aangepast. Dat betekent onder andere dat deze vanaf 2028 wordt uitgebreid naar meer textielproducten, waaronder schoenen en tassen.
UPV wordt vaak gezien als een van de meest gerichte en belangrijke beleidsinstrumenten om de circulaire economie te bevorderen. Hoewel dit inderdaad een cruciaal onderdeel is, is er nog veel wat verbeterd moet worden aan de huidige UPV-structuren. Je kan hier meer over lezen in onze position paper. Om een circulaire textielketen te realiseren is meer nodig dan UPV-beleid.
De grenzen van huidig textielbeleid
Hoewel de beschreven beleidskaders en wetten niet de enige initiatieven zijn, laat het bovenstaande overzicht wel zien dat een groot aantal beleidsdossiers zullen bepalen hoe de toekomst van de textielsector eruit zal zien. Tegelijkertijd illustreren de processen dat structurele problemen in de sector, zoals een gebrek aan ambitieniveau en handhaving, de potentie van (toekomstig) beleid kunnen ondermijnen.
Voor daadwerkelijke systeemverandering is het cruciaal dat textielbeleid een hoog ambitieniveau heeft, maar in de praktijk zwakken beleidsmakers – onder druk van de industrie – ambities vaak af. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het UPV-beleid, waar producentenorganisaties (PRO’s) hun invloed kunnen gebruiken om het beleid te beïnvloeden terwijl andere stakeholders weinig inspraak krijgen. Ook de ontwikkeling van initiatieven zoals de Product Environmental Footprint Category Rules (PEFCR) voor kleding en schoenen, eerder in dit artikel besproken onder de EU-strategie voor textiel, is zorgwekkend. Onderzoek toonde namelijk aan dat producenten middels een financiële bijdrage stemrecht in het besluitvormingsproces konden bemachtigen, waardoor participatie enkel beschikbaar is voor partijen met de grootste portemonnee. Het terugtrekken van de Green Claims-richtlijn (zie ook EU-strategie textiel), op een laat moment in het beleidsproces, is nog een voorbeeld van het zorgwekkend precedent dat beleidsmakers scheppen voor de invloed van politieke en industrie-lobby in toekomstige beleidsprocessen.
Daarnaast blijft handhaving binnen de complexe en mondiale textielketen lastig door beperkte transparantie en traceerbaarheid, wat de effectiviteit van instrumenten zoals de PEFCR of de Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) ondermijnt. Hoe verder in de keten, hoe lastiger het wordt om betrouwbare informatie over de productie, samenstelling en herkomst van producten te verkrijgen. Dit vergroot de kans dat bedrijven onder regelgeving uitkomen en verantwoordelijkheid afschuiven. Het gebrek aan transparantie en betrouwbare informatie vormt daarmee een terugkerend knelpunt in de besproken dossiers.
Conclusie
Hoewel er hard wordt gewerkt aan de invoering van textielbeleid voor zowel de voorkant van de keten (productie, arbeidsomstandigheden, toepassing van gerecyclede vezels) als de achterkant van de keten (verantwoordelijkheid voor afval), blijft de vraag in hoeverre deze richtlijnen en verordeningen in staat gaan zijn om de textielindustrie daadwerkelijk te verduurzamen. Zolang lineaire productie nog loont, vormt circulair textielbeleid slechts een pleister op een grote wond.
Gerelateerde tags
Brede coalitie steunt Belgie met plan tegen verpakkingsafval
Meer dan 50 Belgische en Europese organisaties – milieu- en consumentenverenigingen, actoren uit de circulaire economie, steden en gemeenten – verwelkomen de ambitie van de regionale ministers om van België een pionier te maken op het vlak van preventie van verpakkingsafval.
NGOs in Europa onder druk, oproep aan NSC om zich terug te trekken uit werkgroep
NGO’s versterken democratisch beleid door onafhankelijke expertise, maar die rol staat in Europa onder druk. Een omstreden EU-werkgroep onderzoekt NGO-financiering op basis van ongefundeerde beschuldigingen. Fair Resource Foundation en andere organisaties waarschuwen dat deze ‘heksenjacht’, aangejaagd door Europarlementariër Dirk Gotink (NSC), het maatschappelijk middenveld verzwakt, kritische inspraak belemmert en schadelijk is voor transparant Europees bestuur.
Plastic Tafel presenteert wensenlijst, structurele verandering laat nog op zich wachten
Na een succesvolle lobby van de plasticindustrie schafte Sophie Hermans zowel de plasticnorm als de plasticheffing af. Dat leidt tot een verhoging van de kosten van afvalverbranding en dus een stevige extra belasting voor huishoudens van gemiddeld 40 euro. Een ‘Plastic Tafel’ onder leiding van Steven van Eijck mocht alternatieve plannen bedenken, maar het is nog ongewis hoe een nieuwe regering dit gaat oppakken.