Er wordt nog altijd goed gezorgd voor de fossiele plastic-industrie (deep dive in falend beleid)

Plastic vervuilt, stoot ongekend veel CO2 uit en schaadt onze gezondheid. Toch groeit de productie van virgin plastics en blijven circulaire alternatieven achter. Waarom? Omdat nieuw, fossiel plastic tot wel drie keer goedkoper is dan gerecycled materiaal. Dit is het gevolg van schaalvoordelen, lage productiekosten maar bovenal door het falende beleid: fossiele grondstoffen worden meer gesubsidieerd dan belast om hun maatschappelijke kosten te compenseren, en de nodige prikkels voor recycling en hergebruik ontbreken. 

Ook de plastic industrie erkent dat er amper vooruitgang wordt geboekt met circulariteit. Ondanks ambities voor een circulaire economie blijft de vraag naar plastic groeien en stagneert recycling. De Nederlandse polymeerheffing en plasticnorm werden onder druk van de plasticlobby afgeschaft, waarmee instrumenten om het prijsverschil met fossiel plastic te verkleinen de nek om zijn gedraaid. Dit artikel biedt een overzicht van de belangrijkste fiscale instrumenten die van invloed zijn op plastics in Nederland.

Er is tariefdifferentiatie, maar dat werkt niet

Onder de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) zijn producenten van onder meer verpakkingen, elektrische apparaten of kleding, financieel verantwoordelijk voor het afvalbeheer daarvan. Daarvoor betalen ze een vergoeding per ton verpakking aan een UPV-organisatie die de inzameling en sortering voor ze regelt. Voor (plastic) verpakkingen, waar zo’n 35-40% van al het plastic voor wordt gebruikt, wordt dit UPV-systeem in Nederland uitgevoerd door Verpact. In België is Fost Plus verantwoordelijk en zo heeft ieder Europees land wel een eigen systeem.

Tariefdifferentiatie beloont koplopers met kortingen op hun Afvalbeheerbijdrage wanneer zij als producenten recyclaat gebruiken in producten en deze beter recyclebaar maken, maar slaagt er niet in om het structurele prijsvoordeel van plastics te compenseren. De huidige korting van 0,20 euro per kg plastic verpakking heeft volgens CE Delft niet geleid tot een doorslaggevende factor bij het maken van duurzame verpakkingskeuzes. 

Daarnaast beperkt het European Waste Framework hoeveel financiële prikkels een producentenorganisatie kan geven: de totale opbrengst mag niet hoger zijn dan de kosten van de uitvoerende organisatie. Daardoor blijft er beperkte ruimte over voor prikkels die groot genoeg zijn om. Een belasting of heffing op fossiele verpakkingen kan dus potentieel veel effectiever zijn dan tariefdifferentiatie.  Bovendien bepalen UPV-organisaties zelf de tarieven. Resultaat: in de praktijk is slechts 7% van het verpakte materiaal gemaakt van recyclaat.

Single Use tax wordt weer afgeschaft

Een andere bedoelde prijsprikkel rond plastic is de meerprijs die door consumenten moet worden betaald op single-use verpakkingen, voortgevloeid uit de Europese Single-Use Plastics Directive (SUPD). Hierin staat dat lidstaten maatregelen moeten nemen om het gebruik van wegwerpverpakkingen te verminderen, wat Nederland heeft vertaald in een toeslag waarvan winkels en ondernemers de hoogte zelf kunnen bepalen. Hierdoor verschilt deze per aanbieder en concludeerde een evaluatie uit 2024 dat er geen effectieve gedragsprikkel ontstaat. Deze maatregel is een voorbeeld van halfslachtige sturing in plaats van consistent circulair beleid en wordt bovendien vanaf 2027 weer afgeschaft.

Wel 14 miljard Fossiele subsidie 

Het grote geld zit echter in de 14 miljard euro aan fiscale vrijstellingen voor de petrochemische industrie. De omvang van deze fossiele subsidies is direct verbonden met de uitzonderlijk grote schaal van deze industrie in Nederland, met plastics als veruit de grootste afzetmarkt. 50% van het totale industriële gasverbruik en 69% van het totale industriële olieverbruik stroomt richting deze plasticindustrie, ondersteund door miljarden aan accijnsvrijstellingen die de vervuiling in stand houden. 

Deze fossiele subsidies verhogen de concurrentiepositie van fossiel plastic ten opzichte van circulair nog steeds aanzienlijk. Bijvoorbeeld:

  • Non-energetisch gebruik van minerale oliën (grotendeels aardolieproduct nafta, wat gebruikt wordt als grondstof voor plastic) valt nog buiten de scope van belastingkaders, maar zou Nederlands geregeld kunnen worden. 
  • Het non-energetisch gebruik van LPG in stoomkrakers is vrijgesteld voor een bedrag van 585 miljoen euro (2025) onder de Energy Taxation Directive (ETD; 2003/96/EG, artikel 2, lid 4b) en dit kan dus niet nationaal worden beprijsd maar moet Europees geregeld worden. Helaas zijn revisies van de ETD meermaals gefaald
  • Ook minerale oliën die binnen de raffinaderijen worden geproduceerd en gebruikt, zijn vrijgesteld van accijns door de ETD.

Geen effect EU Plastic taks

Voor niet-gerecycled plastic verpakkingsafval is een afdracht van 0,80 euro per kg ontwikkeld als nieuwe inkomstenbron voor de EU-begroting, wat uitkomt op een afdracht van 235 miljoen euro in 2024. Dat wordt niet door plastic verpakkingsbedrijven betaald, maar door ons allemaal. Deze bijdrage is bedoeld om de terugbetaling van EU-herstellingen na de coronapandemie te waarborgen en afhankelijkheid van bijdragen gebaseerd op het bruto nationaal inkomen (BNI) te verminderen, gewenst door Nederland en andere rijke landen. Deze afdracht zou lidstaten moeten prikkelen voor het stimuleren van recycling en strenger beleid op plastic afval. 

De Europese Rekenkamer stelt dat de lidstaten niet voldoende geanticipeerd hebben op beleid voor deze bijdrage. Hierdoor heeft de heffing nog geen sturend effect op het verminderen van niet-gerecycled plastic verpakkingsafval, wat juist het doel is. Dit zien we terug in de minimale vooruitgang van recyclingpercentages van plastic verpakkingen in Nederland. Spanje belast deze afdracht al deels door, met een belasting op wegwerpverpakkingen met plastic, ongeacht of deze leeg of gevuld zijn, waarmee de staat 571 miljoen euro bespaart in 2024. Zij berekenen dit als 0,45 euro per kg niet-gerecycled plastic dat is gebruikt in single-use verpakkingen, betaald door producenten of importeurs. In Italië lopen er nog discussies en het Verenigd Koninkrijk liep al voor op deze belasting. Nederland heeft hier nog geen geschikte maatregelen voor genomen, maar een mogelijk besluit zou nog dit voorjaar kunnen vallen.

Magere Investeringen in circulariteit

Onderzoeksorganisaties of ondernemers konden in 2025 een aanvraag indienen voor Circulair Plastic NL Subsidie, gericht op het stimuleren van circulaire plasticprojecten bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). In totaal werd er 42 miljoen euro beschikbaar gesteld, waarvan 4,5 miljoen voor onderzoeksprojecten op gebied van plastic (recycling) en 37,5 miljoen voor duurzame ondernemers. Ondanks de belangstelling is slechts 18 miljoen aan projecten besteed, het resterende bedrag zou in 2026 moeten worden besteed. Hoewel dit een positief instrument voor de innovatie en samenwerking in recycling is, blijft het bedrag beperkt in vergelijking met de aanzienlijke subsidies die de fossiele plasticindustrie ontvangt, wat de scheve verdeling van het huidige beleid onderstreept.

Komt er een ‘circulaire hefboom’?

Regering Schoof was van plan om een plastic heffing op productie van fossiel plastic in Nederland in te voeren, maar een geslaagde lobby voor de afschaffing van deze heffing leidde tot een begrotingsgat van 567 miljoen euro en de rekening daarvoor werd gelegd bij de afvalsector. Gevolg is dat de afvalkosten voor burgers omhoog gaan. De plastic industrie vroeg om een alternatief overleg, getiteld de ‘plastictafel’, om te komen tot andere beleidsmaatregelen, die minder ingrijpend zouden zijn. 

De plastictafel kwam met een aantal vrijwillige toezeggingen, maar er zit ook een veelbelovend voorstel tussen, namelijk  de “Circulaire Hefboom”. Dat is een heffing op het aandeel fossiel plastic in producten die op de Nederlandse markt komen. Door dit te koppelen aan het in de Ecodesign-verordening (ESPR) geïntroduceerde Europese Digitale Productpaspoort (DPP), een digitaal document dat informatie bevat over o.a. recyclebaarheid, materiaalsamenstelling en milieu-impact van producten, ontstaat er een betrouwbare basis om de heffing op te baseren. Ook goed is dat er zo een gelijk speelveld ontstaat voor Nederlandse en buitenlandse producenten, want het maakt niet uit of het product in Nederland of in een ander land geproduceerd is. Cruciaal is wel dat:

  • het aandeel van fossiel plastic expliciet wordt meegenomen in de rapportage van de DPP;
  • de heffing hoog genoeg is om fossiel plastic minder aantrekkelijk te maken;
  • de opbrengsten van deze heffing worden gebruikt voor investeringen in circulaire oplossingen.

De afvalsector kwam in verzet toen bleek dat de plasticlobby de kosten naar hun zijde verschoof. Vervolgens werd de “Werkgroep Afvalsector” opgeroepen om alternatieven te vinden voor de generieke verhoging van de afvalbelasting en de CO2-heffing voor AVI’s. Met focus op 2030, hebben zij het kabinet de volgende alternatieven gepresenteerd die betrekking hebben op plastic:

  • Een plasticheffing op alle niet-gerecyclede plastic verpakkingen die op de Nederlandse markt gebracht worden, direct gekoppeld aan de 0,80 euro per kg die Nederland nu al aan de EU betaalt. Een logische stap in de richting van ‘de vervuiler betaalt’.
  • Heffing op specifieke wegwerpplastic verpakkingen die wordt toegepast bij producenten en importeurs, met tarieven die variëren naar type verpakking en aandeel gerecycled materiaal. Een verkenning van Berenschot toont risico’s op eventuele milieuonvriendelijke materiaalsubstitutie waar rekening mee gehouden moet worden.
  • Heffing op drankverpakkingen van plastic flessen en metalen blikken tot 3 liter, betaald door producenten en importeurs, waarbij het tarief jaarlijks naar beneden wordt aangepast aan de stijgingen in het inzamelpercentage, wat aansluit bij onze oproep tot aanvullende regelgeving wegens het niet behalen van de doelstellingen.  
  • Heffing op plastichoudende wegwerpbekers en -bakjes voor directe consumptie (“to-go”), die of bij producent en importeur ook bij uitgiftepunt van voedsel kan worden geheven. Dit kan gedrag beïnvloeden, maar de effectiviteit hangt af van consistente toepassing en handhaving van uniforme tarieven. 

Deze voorstellen maken plastic verpakkingen terecht duurder en laten de noodzakelijke vraag naar recyclaat stijgen maar zullen zonder aanvulling van samenhangend beleid op alle fossiele plastics het prijsvoordeel niet wegnemen. 

Op dit moment ontbreekt beleid in Nederland om fossiel plastic te verminderen en de transitie naar een circulaire economie te versnellen, Het is ook onduidelijk wat de nieuwe regering gaat doen. Er ligt nu een dringende taak voor minister Stientje van Veldhoven: voer een consistent en doortastend langetermijnbeleid uit dat fossiel plastic ontmoedigt en circulair plastic de norm maakt.

 

 

 

 

Gerelateerde tags

More on this topic

Waarom het huidige textielbeleid faalt in het verduurzamen van de textielketen (Deep dive)

Waarom het huidige textielbeleid faalt in het verduurzamen van de textielketen (Deep dive)

De Europese Unie en Nederland beloven een einde te maken aan ultra fast fashion en te zorgen voor textiel dat duurzaam, repareerbaar en vrij van schadelijke stoffen is. Textiel is een van de meest vervuilende industrieën ter wereld door het intensieve gebruik van grote hoeveelheden katoen en andere grondstoffen, en de vervuilende uitstoot. De belofte van een duurzame textielketen is dus hard nodig, maar in hoeverre weet het huidige beleid deze ambities waar te maken? In dit overzichtsartikel zoeken we het uit.

read more
Brede coalitie steunt Belgie met plan tegen verpakkingsafval

Brede coalitie steunt Belgie met plan tegen verpakkingsafval

Meer dan 50 Belgische en Europese organisaties – milieu- en consumentenverenigingen, actoren uit de circulaire economie, steden en gemeenten – verwelkomen de ambitie van de regionale ministers om van België een pionier te maken op het vlak van preventie van verpakkingsafval.

read more